Tweede Wereldoorlog

Oral History project

Over de geschiedenis van de gemeente Barneveld in de Tweede Wereldoorlog is al veel geschreven. Het gaat dan met name over de grote lijn der gebeurtenissen. Minder aandacht  is er geweest voor de persoonlijke, menselijke verhalen en herinneringen. Die werden niet vastgelegd.

In 2009 zijn persoonlijke verhalen en herinneringen over de oorlog in beeld en geluid vastgelegd in het project Het Verleden Verteld. Alle inwoners van de gemeente van 75 jaar en ouder ontvingen een brief met de oproep om hun verhaal in het kort op te schrijven. Uit de ontvangen reacties is een selectie gemaakt. Twee jonge filmmakers zijn aan de slag gegaan om deze verhalen vast te leggen op film. Het resultaat is zo’n vijftig uur aan filmmateriaal met persoonlijke verhalen en herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. De verhalen zijn divers. Mobilisatie, de meidagen 1940, verzet, onderduikers, hongerwinter en bevrijding, maar ook dagelijkse beslommeringen, spanning en verdriet komen aan bod.

Uit het materiaal is onderstaande compilatie samengesteld.

Het overige materiaal is te raadplegen op onze studiezaal.

In deze video delen inwoners van Barneveld hun persoonlijke herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Het Gemeentearchief Barneveld legde deze verhalen vast.

Aan de hand van ooggetuigenverslagen wordt teruggeblikt op gebeurtenissen zoals de mobilisatie, de Duitse inval, evacuaties, bezetting en inkwartiering. De herinneringen laten zien hoe de oorlog het dagelijks leven ingrijpend veranderde en hoe mensen in de gemeente Barneveld deze periode hebben beleefd.

In deze video komen de volgende personen aan het woord:
- mevrouw Kraai
- meneer Lagerweij
- meneer Van Uffelen
- mevrouw Veelen
- mevrouw Looijen

Ze worden afzonderlijk geïnterviewd en doen hun verhaal vanuit hun woonkamer.

(MEESLEPENDE MELANCHOLISCHE MUZIEK)

In de stijl van een klassieke filmintro verschijnt de tekst: 
Het Verleden Verteld 
Herinneringen aan de Tweede Wereld Oorlog 
Gemeentearchief Barneveld

(MUZIEK WORDT ENERGIEKER)

Beeldtekst: 
Op 28 augustus 1939 werd Nederland gemobiliseerd vanwege de oorlogsdreiging uit Duitsland. Mevrouw Kraai was toen 19 jaar en woonde in Voorthuizen, gemeente Barneveld. De dag van de mobilisatie kan zij zich nog goed herinneren.

MEVROUW KRAAI: "Mijn zuster die boven was, die is getrouwd op de mobilisatiedag. 28 augustus 1939. We kwamen thuis van de kerk. We hadden thee gedronken thuis. Een stelletje ging naar het huis kijken waar mijn zuster kwam te wonen. Want haar man was timmerman, dus ze hebben een heel nieuw huis laten bouwen aan de Molenweg. Daar gingen we naartoe, en we komen terug en toen stond er aangeplakt: 'Algehele mobilisatie'. Nou, de man van mijn zus was natuurlijk al... Hij moest eigenlijk gelijk weg. Hij heeft het niet gedaan, hij is de volgende morgen gegaan. Dus dat was haar huwelijk. De eerste negen maanden, dat haar man weg was."

Beeldtekst: 
Op 10 mei 1940 vallen Duitse troepen Nederland binnen. Meneer Lagerweij was toen 9 jaar en woonde in Achterveld. In die tijd hielp hij zijn ouders op de boerderij. Zij woonden op grensgebied tussen gemeente Barneveld en Scherpenzeel.

MENEER LAGERWEIJ: "Dat begon 's morgens om 3.30 uur. Zat de hele lucht vol met vliegtuigen. Nou, ze vlogen gewoon tegen elkaar aan. Dat hadden we nog nooit gezien, dat was iets heel bijzonders. Want hier in Nederland waren praktisch geen vliegtuigen.

Het komt heel vreemd over. Je weet wel dat het begon met die mobilisatie. Dat er een oorlog aanstaande kon zijn, dat wist je. Maar als het dan zover is... Het gaat je eigenlijk even vreemd voorbij.

Maar je wordt gauw op de feiten gedrukt. Want ik weet wel, dat zei ik net: er kwamen hele rijen mensen die elke dag naar de stellingen gingen werken. Ik weet niet precies meer hoe laat het was. Het was mooi weer toen nog, het was een lentedag en wij gingen kunstmest strooien in het grasland. Toen waren wij net aan de weg. Want die akkers, weiland, die liggen net langs de Scherpenzeelseweg heen. Toen kwamen die mensen allemaal terug. Dat vergeet ik nooit. Toen zeiden ze: boertje, ga maar naar huis, want het is oorlog!"

Beeldtekst: 
Als op 10 mei 1940 de oorlog uitbreekt, worden er verschillende woonplaatsen in gemeente Barneveld geëvacueerd. Bewoners van Voorthuizen evacueerden naar Nunspeet. Een van hen was meneer Van Uffelen die toen 7 jaar oud was.

MENEER VAN UFFELEN: "Tien mei was ik jarig en toen kwam mijn vader. Om zeven uur was hij naar de Punt toegegaan. Hij kwam thuis. Die was blokhoofd van de Baron van Nagellstraat. Want je had allemaal blokken in Voorthuizen. Omdat ze meenden dat daar eigenlijk erg gevochten zou worden. Toen kwam hij thuis en zei hij: we moeten gaan evacueren. Wij van deze afsnee, wij moeten naar Nunspeet.

Mijn vader moest de hele Baron van Nagellstraat langs alle mensen opdracht geven dat ze moesten weggaan in verband met dat er oorlogsdreiging was. Dat gebeurde ook. Maar lang niet allemaal wilden ze natuurlijk huis en haard achterlaten.

Mijn vader had bij Johan van Maanen een paard en een kar, een grote bandenwagen had hij gehuurd en daar moesten alle kinderen op. Mijn moeder ging als enige vrouw mee met allemaal kinderen. Ze zat op de wagen, en wij zingen en dergelijke, weet je wel. Nou ja, het was gewoon een uitgaansdag. Om één uur zijn wij vertrokken met paard en wagen naar Nunspeet. Via Garderen, via Ermelo en dan zo naar Nunspeet toe. Daar kwamen we aan 's avonds om tien uur. Toen zijn we ingekwartierd geweest bij mevrouw Sinkelaar-van de Laar in het Oranjepark in Nunspeet."

Beeldtekst: 
Vanaf 15 mei 1940 is Nederland bezet. Mevrouw Veelen was toen 14 jaar en woonde met haar familie in Barneveld. Ze ging in die tijd naar school en hielp in het huishouden. Haar vader had een bouwplatenfabriek. Zoals vele Nederlanders was het gezin niet blij met de bezetting.

MEVROUW VEELEN: "Ja, dat was natuurlijk vreselijk. 'Nu zijn we bezet door de Duitsers'. Dat was gewoon heel erg. Maar ja, er zijn dingen heel erg en je aanvaardt het. Je kunt ook zeggen: ik aanvaard het niet, maar het was gewoon zo. We zijn overwonnen. Ze hebben Rotterdam gedaan. Moet je dan wachten tot Amsterdam ook gebeurt? 'Zo zijn die moffen', dat wel heel sterk. Heel gemeen vonden we het ook, we hadden niks gedaan. Het was gewoon haast onwerkelijk, zo gemeen. Alleen, we wisten dat ze het ook bij andere landen gedaan hadden. Waarom ze bij ons moesten zijn, ook in Nederland dat begrepen we niet.

Ik geloof dat mijn vader de eerste paar dagen nog gewoon thuis even wat deed. Daarna gewoon de fabriek, dat dat weer verder ging. Dat er genoeg platen verkocht werden. Het gewone leven eigenlijk. Het personeel werd betaald. Dat ging gewoon langzamerhand door."

Beeldtekst: 
Vanwege de bezetting werden er veel Duitse soldaten ingekwartierd bij burgers. Zo ook bij het gezin van mevrouw Looijen. Zij was 17 jaar toen de oorlog begon en bijna klaar met de middelbare school. Haar moeder was weduwe en was eigenares van een kettingkastenfabriek.

MEVROUW LOOIJEN: "In 1941, dat was begin mei 1941, kregen we wel inkwartiering. Een Duitse hoofdman, die kwam aan de deur met een oppasser. Die zei tegen mijn moeder: wij willen inkwartiering hebben hier. Toen zei mijn moeder: nee, ik ben een weduwe en ik hoef geen inkwartiering. Weduwen in Nederland die hoeven geen inkwartiering.

Toen ging hij weg en een uur later kwam hij terug. Toen zei hij: het spijt me mevrouw, maar u krijgt wel inkwartiering, maar ik kom zelf. Dan zei mijn moeder: dat vind ik heel erg, want de Duitsers zijn mijn vijanden. U bent mijn vijand en dat vind ik heel erg.

Hij is toen gekomen met twee oppassers. Hij heeft dan een kamer gehad. Die oppassers, die sliepen op de vliering of op de garagezolder. Dat weet ik eigenlijk al niet eens meer.

Toen bleek dat het een godsdienstleraar was uit Sleeswijk-Holstein. De eerste de beste avond dat hij er was, zag hij die piano staan. Hij ging erachter zitten. En toen speelde hij 'So nimm denn meine Hände und führe mich'. Je weet het, dat is het vers 'Neemt gij mijn beide handen'. Dat heb je op de school ook wel geleerd, denk ik. Dat is één van de oudere gezangen. Dat speelde hij.

31 augustus waren ze nog bij ons in huis. Toen zei hij tegen mijn moeder: vierde u dat vroeger, de verjaardag van de koningin? Ja, zei mijn moeder, maar dat vieren we nog. Die haalde uit de kelder een doos met oranje gebakjes. Hij zei: Orange Törtchen? Hij ging weer weg, naar zijn eigen kamer.

Een paar dagen later, mijn moeder en ik zaten in de kamer en er komt een Volkswagen aan, waar hij in reed. Hij heette Hauptmann Hanefeld. Dan kwam Hanefeld aan met een boeket bloemen. Mijn moeder stootte mij aan. Ze zegt: daar komt Hanefeld aan met bloemen! Ze zegt: maar ik neem geen bloemen aan van mijn vijand. Hij tikte heel bescheiden aan de kamerdeur. Hij kwam binnen en hij zei: ik heb wat voor u meegebracht. Oranje tulpen, want dat is uw lievelingskleur. Toen heeft ze ze aangenomen.

Als hij met mijn moeder alleen was, dan durfde"

De video stopt. 

Dodenlijst Tweede Wereldoorlog

Eind jaren 1990 hebben toenmalige medewerkers van het gemeentearchief informatie verzameld over mensen die zijn omgekomen tijdens de oorlog. Deze informatie is gebundeld in een zogenoemde Dodenlijst Tweede Wereldoorlog. Deze lijst bestaat uit mensen afkomstig uit de gemeente Barneveld, mensen van buiten de gemeente die zijn omgekomen op Barnevelds grondgebied en mensen die zijn opgepakt in de gemeente Barneveld en elders omgekomen.

Deze lijst is opgenomen als documentatiemateriaal in de Documentatiecollectie Tweede Wereldoorlog. U kunt de lijst vinden op ons collectieportaal Archieval(Verwijst naar een externe website).